vrijdag 28 november 2014

Plan Juncker

Juncker is met een plan gekomen om de europese economieën nu eindelijk uit de crisis te halen. Daar zit minstens één goed punt in, maar de verdere uitwerking kan veel beter. Zoals het FD donderdag kopte: Er is meer nodig dan een plan. Bovendien zou dit plan vervelende bijwerkingen kunnen hebben. De risico's worden opnieuw op de euroburgers afgewenteld. Zelfs dubbel, als ook de pensioenfondsen mee zouden doen als "private investeerders".

Het Plan Juncker trekt een basisbedrag van € 21 mrd uit. Dat zou via kredietverlening aan investeerders een groei van 2% tot 3% van het totaal Bruto Binnenlands Product van de Europese lidstaten moeten opleveren. Gerekend wordt dan wel met een dubbel hefboomeffect, als in het volgend plaatje. Het oorspronkelijk bedrag wordt tweemaal vermenigvuldigd. De eerste keer naar een faktor 3, de tweede keer naar een faktor 15.
[Klik op de afbeelding voor een uitvergroting]

Dit plan gaat er op zich terecht van uit, dat een flinke investeringsimpuls Europa weer toekomst kan (!) geven. Kan geven, want succes is niet gegarandeerd. De kans van slagen lijkt, geoordeeld naar wat daarover nu bekend is, zelfs erg klein. Er wordt nog veel te simplistisch en rechtlijnig gedacht. Het is magisch denken, zoiets als de voedingsstoffen voor een plantje in een pot doen en dan hopen dat er iets moois gaat groeien. Vooral over zeg zo'n 1 mln nieuwe banen. Waar en hoe dan ? Een druppel op de gloeiende plaat ook, want er zijn in Europa meer dan 25 mln mensen zonder werk.
Het al zes jaar op een doodzieke patiënt toegediende EU-wonderdrankje (hervormen - bezuinigen - lasten opschroeven) werkt niet. En wat nuancering per lidstaat of regio van de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact is nog altijd absoluut onbespreekbaar. Want het eind zou zoek zijn als we over de zinnigheid van dit soort regels in een guur economisch klimaat zouden gaan praten. Maar het ontwijken van een open discussie is vaak een teken van zwakte.

Typerend is, dat dit plan (net als bijna alle Euro-regels die de crisis willen bezweren) gefocust is op cijfers, niet op mensen. Het lijkt alsof onze bestuurders zitten te gamen achter hun consoles en aannemen dat wat ze daar zien ook in de echte wereld gebeurt.
Alle veranderingen, vooral diep ingrijpende, roepen allerlei weerstanden op en kosten daarom tijd. Die tijd wordt niet genomen en gegeven. En met nog eens een keer uitleggen wordt het verhaal er echt niet beter verteerbaar op. De gevolgen zijn voorspelbaar. Niet voor niets blijkt nu de WMO in ons land veel onrust te veroorzaken. Onze regering doet nog wel pogingen ongeveer 70% ongeruste burgers te sussen. Die overheidscampagne slaat niet aan. Eigenlijk wel te begrijpen, omdat de kernboodschap niet klopt met de werkelijkheid. "Voor wie echt zorg nodig heeft verandert er niets". Niets ? Er "moet" 40% worden bezuinigd en veel gemeenten hebben al aangekondigd bijvoorbeeld huishoudelijke hulp niet meer te "kunnen" betalen. Wat moeten burgers die geen uitgebreid netwerk meer hebben (en oud worden betekent dat je netwerk kleiner wordt) en niet zo gemakkelijk van (verre) familie, buren, of vage bekenden, die ook niet altijd thuis zijn en zomaar tijd hebben, (bepaalde) hulp vragen ?
Er worden maar wat nieuwe regels en wetten over de schutting gegooid in de keten EU-Rijk-Gemeente-private sector. Het laatste bij onderwijs, pensioenen, en zorg. Allemaal om noodzakelijk geachte hervormingen en bezuinigingen er door te krijgen. Omdat het, blijft men volhouden, "moet". Ergens aan de top wordt beslist en daarna rücksichtslos doorgevoerd. Wie het niet op tijd haalt wordt ongenuanceerd (een jaar uitstel is niet veel) de les gelezen. Wie betaalt beslist ? Nee, want uiteindelijk betalen de burgers en die worden niet gehoord.
Europa mist draagvlak. Er worden zelfs exits overwogen. Dat is tegen deze achtergrond te begrijpen. Jammer. Toch: elke dag is een kans om het anders, beter, te doen.

zaterdag 15 november 2014

Euro-visie

Europa koerst nu op een veel te vaag en weinig ambitieus plan. Met enkele puur kwantitatieve doelen die niet genoeg richting, structuur, en vorm geven aan onze toekomst. Europa toont zich hierin een technocratische papieren tijger. Een heldere visie op hoe Europa er tussen nu en dertig jaar later uit zou kunnen zien ontbreekt. Of klinkt in elk geval niet genoeg door. Zo kan een beleidsplan nooit tot goede resultaten leiden. Er zal eerst breed draagvlak voor de visie, doelen, wegen, en ingezette middelen (niet alleen van geld) moeten zijn onder het volk.
De ongetwijfeld enthousiaste betogen die Jeremy Rifkin gehouden heeft zijn in "Europa 2020" niet meer terug te vinden. De vraag is trouwens, of het recept van Rifkin wel praktisch genoeg is. Als de Europese doelstellingen een te mager en te technocratisch aftreksel zijn, zijn die van Rifkin extreem aan de andere kant. Visionair, maar nog altijd teveel in éénzelfde lijn. Veranderingen vinden typisch in focusgebieden plaats. In eigen vorm en eigen tempo. Daarvoor zouden we eens kunnen inzoomen op de kaart. Waar leggen we dan de accenten ? Die zijn er nu niet.
Europa verdient een visie met meer ruimte voor verschil, meer durf. Wie de Europese beleidsstukken nu leest *) loopt grote kans zwaar depressief te worden of de neiging te krijgen maar te emigreren. Dat zou toch anders kunnen.

De Europese doelstellingen zijn duidelijk resultaat van moeizaam overleg. Geen vlees, geen vis. Er wordt daarmee op de verkeerde parameters "gestuurd". "Gestuurd", want nu al zijn er signalen dat Nederland de milieu-doelstelling niet gaat halen. En hoe realistisch zijn bijvoorbeeld de doelstellingen dat in ons land 80% van de bevolking tussen 20 en 64 (!) jaar werk heeft [in 2020] en dat er dan 100.000 minder (!) mensen in armoede zullen leven ?
Absurd is, afgezet tegen veel belangrijker vragen over onze toekomst, dat de prestaties van een lidstaat nu vooral afgemeten worden aan het binnen de grenzen brengen van een (structureel) begrotingstekort. Verder aan andere, overwegend puur financiële, parameters. Voor Nederland aan het doorwerken na 65 jaar, versterken van bankbuffers, terugdringen van de gemiddelde schuld van onze huishoudens, geleidelijk afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, ombouw van ons pensioenstelsel. We ontwijken daarmee de werkelijk belangrijke vragen. Eerst: Hoe willen we dat Europa er de volgende generatie uitziet ? Dan: Liggen we op koers in de transitie naar dat Europa ?

Laten we eens zien, waar wat hardop denken ons brengt.
Rifkin heeft ongetwijfeld gelijk met de kern van zijn verhaal. We zijn op weg naar samenlevingen waarin huizen en andere gebouwen energieknooppunten worden. Waarin schone energie wordt geproduceerd en het teveel teruggeleverd aan het net voor gebruik op andere punten, of opgeslagen voor eigen later piekgebruik. Decentrale productie, participerend leiderschap, meer delen, zijn de trefwoorden voor onze nieuwe wereld. Niet alleen voor Europa.

Europa zou veel overtuigender de kop moeten nemen bij de transitie naar een koolstofarme economie. Dat betekent niet, dat elke lidstaat of regio dan dezelfde weg in hetzelfde tempo hoeft te lopen. Veranderingsprocessen komen niet overal tegelijk van de grond en verlopen niet lineair. Groot Brittannië stond niet in een paar jaar vol fabrieken met stoommachines. En niet alle spoorlijnen zijn meteen aangelegd. België volgde wel vrij vlug, Nederland kwam (mede daardoor) ergens achteraan. In "Europa 2020" werd weinig diversiteit ingepland. Dat is niet realistisch. Want er zijn juist kweekvijvers (focusgebieden) nodig. Die kunnen voor grotere regio's als proeftuin en trekker fungeren. Tegelijk concreet, zichtbaar en tastbaar, maken welke vorm onze toekomst kan krijgen. Kijkobjecten, net als de eerste "luxe" auto in een straat van mensen met een vrij gemiddeld inkomen ruim een halve eeuw geleden.

Nederland (en elke andere lidstaat) zou een verzameling focusgebieden kunnen zijn. In ons geval speciaal voor nieuwe technieken op het gebied van

* schone energie
* transport en logistiek
* nieuwe woonvormen met passende financieringsmogelijkheden

Het laatste in het bijzonder voor starters op de woningmarkt en 65-plussers. Het ontbreekt daar nog aan voldoende inzet en verbeeldingskracht. Met goed onderwijs alleen jagen we de economie op korte termijn niet aan. Zeker niet als we tegelijk hard op de budgetrem trappen.
Belangrijker nog is dat we komen waar we wezen willen. Een Europa dat straks nog leefbaar is en divers genoeg om ieder niet alleen inkomen, voedsel, en kleding, maar ook een prettige woonomgeving te geven. Nu wordt te veel voor de hogere inkomens gebouwd (daar waar winst zit). Voor starters en ouderen zijn er te weinig woningen betaalbaar en op maat.

Meer thuiswerken, autodelen, elektronische beïnvloeding, en het reserveren van de rechterrijstrook voor vrachtverkeer, kunnen het vollopen van de wegen in ons land voorkomen. Nog weer een rijstrook erbij is geen duurzame oplossing. Evenmin als het nog veel te halfslachtig bouwen van wat windmolenparken en het upgraden van de huizenmassa met glasvezelaansluiting, betere isolatie, een nieuwe gasketel, en zonnepanelen. Er zijn sterkere impulsen en meer samenhangend beleid nodig om ons land leefbaar te houden. Er zullen energieneutrale kleinschalige woonwijken (buurten) moeten komen met genoeg groen in een gevarieerde omgeving. Met genoeg veilige speelgelegenheid voor opgroeiende kinderen. Wijken met speelse aanleg en woningen van verschillende maat en stijl door elkaar. Flexibel, geschikt (te maken) voor starters, jonge gezinnen, èn ouderen. Pas als we jong en oud weer samenbrengen in de wijken en daar alle dagelijks benodigde voorzieningen (van werk en winkelen, onderwijs, sport, recreatie, en zorg) in clusteren, bouwen we echt duurzaam. Het concept van aanleunwoningen was zo slecht nog niet. Het verzorgingstehuis als stapelflat wel. Dat kan anders en beter, met meer en kleinere steunpunten in de wijk. Juist die worden nu, waarschijnlijk vooral uit plattelandsgebieden, wegbezuinigd. Werken met landelijke doelcijfers verhult dat. Er is op kritieke punten tegenstuur van bovengemeentelijk niveau nodig. Het is te gemakkelijk dat aan het particulier initiatief of aan de markt over te laten.

Als de EU voor de komende jaren het budgetbeleid versoepelt, kan er genoeg geld vrij worden gemaakt voor ruimtelijke vernieuwing en behoud van voorzieningen. Dan kan echt worden geïnvesteerd in onze toekomst. Dan komen we waar we wezen willen met de volgende generatie.


*) Voor wie zich hieraan durft te wagen: Link http://ec.europa.eu/europe2020/targets/eu-targets/index_nl.htm

woensdag 12 november 2014

Europese droom

De Europese droom, die van een vernieuwend (!) verenigd Europa, als goede plek om te leven voor ons en onze kinderen, lijkt vervlogen. Lijkt, want kansen om die droom tot werkelijkheid te maken zijn er nog genoeg. Bijvoorbeeld Itai Agur ("Voorbij de heilige huisjes van de Nederlandse economie") en Jeremy Rifkin ("De derde Industriële Revolutie") laten dat wel zien. Het gaat erom dat we nu de kansen pakken. Niet langer talmen en dus maar doorzwalken op de oude koers.

Het basisrecept is vrij simpel. (1) Vernieuw de financiële sector. (2) Bevorder de transitie van industriële naar dienstenmaatschappij. (3) Investeer volop in groeikracht die er is.
Ondertussen zou moeten worden gebouwd aan een echte Europese Unie. De muntunie kwam eigenlijk te snel en elke lidstaat (behalve Groot Brittannië) leverde (ondoordacht ?) met de eigen munt een belangrijk economisch-politiek instrument in: dat van het monetaire beleid. We zijn blijven hangen in een niemandsland. Een gedeeltelijke unie, met een gekortwiekte centrale bank, de ECB. Geen enkele lidstaat is nu al bereid meer eigen soevereiniteit over te dragen aan "Europa". Want er is onvoldoende democratische controle en aan het "wij"-gevoel ontbreekt veel. We hebben eigenlijk alleen de vlag. Waar die voor staat weet bijna niemand *).
Aan die laatste punten zal moeten worden gewerkt. Terug naar het versplinterd Europa van vroeger is immers geen optie. De uitdaging is dan om meer te laten zien waar de toegevoegde waarde van een europese statenbond ligt voor elk van de lidstaten en, zoveel mogelijk, ook voor iedere burger.

Niets komt zonder gerichte aandacht en inspanning van de grond. Met name de financiële sector voert een sterke tegenlobby en trapt hard op de rem om de noodzakelijke veranderingen tegen te houden. Het is daarom de taak van de overheid (Europees en nationaal) om in te grijpen, richting aan te geven, en grenzen te stellen. Meer dan het versterken van de buffers en het terugdraaien van de kredietrisico's bij bepaalde groepen bankklanten. Dat zijn begrijpelijke angstreacties, maar ze blokkeren door de eenzijdigheid ons economisch herstel. Er zijn betere en in elk geval evenwichtiger alternatieven. Itai Agur doet daarvoor suggesties die concreet en praktisch genoeg zijn om het te verdienen meegenomen te worden in nieuw beleid.

Over de vernieuwing van de financiële sector zegt Agur in de eerste plaats dat er nieuw monetair beleid en verscherpt toezicht vanuit Europa nodig is. Bank- en staatsschulden zouden voortaan afgedekt moeten kunnen worden door uitgifte van Eurobonds (of het aangaan van andere schulden) door de ECB. Een wat hogere inflatie dan nu (tot 2% per jaar) zou naar zijn mening het economisch herstel kunnen aanslingeren. De invoering van een verplichte inbreng van 20% - 50% eigen geld bij aankoop van een eigen huis kan de rust op de huizenmarkt herstellen en lucht uit deze zeepbel halen. De hypotheekrenteaftrek zou afgeschaft moeten worden. Net als elke andere fiscale aftrekmogelijkheid van rente. Want daarmee wordt het aangaan van (eventueel te hoge) schulden bevorderd. Agur stelt daar tegenover voor het eigen opgebouwd pensioen te mogen gebruiken als inbreng bij het aangaan van een hypotheek. Het zou daarbij kunnen helpen dit (toekomstig) eigen vermogen per inlegger zichtbaar en verhandelbaar te maken in de vorm van schuldpapier van de fondsen aan de pensioengerechtigde. Agur bepleit tenslotte het afschaffen van het eigen risico op ziektekostenverzekeringen omdat dit, zodra het eigen risico opgebruikt is, overmatig gebruik van de gezondheidszorg zou stimuleren. In plaats daarvan stelt hij voor om een vast percentage van elke nota als eigen bijdrage te heffen, beperkt tot een plafondbedrag [bijvoorbeeld tussen € 100 en € 1.000, gerelateerd aan het eigen inkomen, zodat de sterkste schouders voortaan echt de zwaarste lasten dragen; mijn toevoeging].

Om de werkloosheid ver genoeg terug te dringen is een snelle overgang van industriële naar dienstenmaatschappij van belang. Met extra aandacht voor onderwijs en zorg.
Goed onderwijs legt de basis voor een vervuld leven, waarin de eigen talenten optimaal benut (kunnen) worden. Agur stelt zelfs, dat de cruciale periode die van een voorschool is, tussen 0 en 5 jaar. Dan worden, zoals hij het ziet, creativiteit en flexibiliteit spelend "aangeleerd". Veel minder door de latere schoolse training tot handelbare burger die routineklussen goed aan kan maar ook weer niet te moeilijk doet over de noodzaak om mee te gaan met maatschappelijke veranderingen. Zo rond de 15 jaar zou het karakter gevormd zijn en de bedrading gelegd die grotendeels bepaalt hoe flexibel je later nog bent. Persoonlijk vind ik dat een nogal eenzijdige visie, want leven is leren. En ook jongeren kunnen heel irritant inflexibel zijn.
Goede zorg is voorwaarde voor een menswaardig bestaan. Ieder mens verdient tot het laatst te mogen genieten van alles wat voor hem of haar kleur en betekenis geeft aan het eigen bestaan. Niet om behandeld te worden als een kostenpost en last voor anderen. De economische bril legt ons een tunnelvisie op. Laten we het daarom maar eens zonder bril doen. Met geloof dat de kosten beheersbaar blijven als we gestimuleerd worden om meer voor elkaar over te hebben. Meer te delen. Alleen dan hebben wij nog toekomst.

Het derde punt, het benutten van groeikracht die er is, gaat over de vormgeving aan een vernieuw(en)d Europa. Vooral daar ligt onze toekomst.
Van groot belang is dat er in het Europees beleid meer ruimte komt om regionale plussen (sterkten) optimaal te benutten. Dat vraagt op zijn minst de mogelijkheid tot nuancering van de 3%-norm per lidstaat. Op het ogenblik kappen we daarmee de groeikracht, die juist in de toppen zit, af tot een relatief laag gemiddelde voor heel Europa. We zouden onze regionale diversiteit meer kunnen koesteren en uitbuiten.
We zouden vooral veel meer moeten inzetten op de transitie naar een koolstofarme economie, zoals onder meer Jeremy Rifkin bepleit. Dan is het wel nodig onze ruimtelijke planning grondig te herzien. Waar en hoe willen we in de toekomst leven ? Gaan we terug naar zoiets als familiegemeenschappen of buurten ? Wat stelt de (bestuurlijke) wens tot grotere zelfvoorziening en meer zelfzorg aan eisen aan woning en omgeving ? Het lijkt alsof daarover nog nauwelijks is nagedacht. Als dat werkelijk zo is, mogen we dat niet langer voor ons uit schuiven. Onze toekomst wordt nu gemaakt.


*) De vlag heeft een mooie symboliek. De 12 in een cirkel geplaatste gouden sterren staan voor de idealen van Europese eenheid, solidariteit, en harmonie. Het aantal sterren heeft geen bijzondere betekenis.

donderdag 23 oktober 2014

Valkuilen

Elk sterk punt kan valkuil worden. Zo kan doorzettingsvermogen doorslaan in irritante koppigheid, te lang volhouden. Intelligentie, in de vorm van een goed analytisch vermogen en een helder inzicht, kan doorslaan in figuurlijke doofheid en blindheid. Niet meer openstaan voor nieuwe inzichten en adviezen van anderen. Op die manier is de ABN Amro Bank stuk gelopen. Zo blijft nu de EU te lang in de (economisch-politieke) crisis hangen. We modderen al sinds 2008 door.

Sterke punten van de EU zijn (1) de verschillen tussen en binnen de lidstaten en (2) het nog altijd grote potentieel, niet alleen op economisch gebied. Als die plussen goed benut worden, komt de EU er vast en zeker weer snel bovenop. Maar als men hardnekkig blijft proberen alle lidstaten in dezelfde mal te persen, kwakkelen we nog een jaar of wat door. Dan handel je eigenlijk (doof voor de hulpkreten van de slachtoffers en blind voor de gevolgen) als een figuur uit de Griekse mythologie, de smid-herbergier Procrustes. Je hakt van elke gast hoofd en benen af, of je rekt het slachtoffer juist op, om hem of haar pasklaar te maken voor één van de bedden. *)
Elk land blijven binden aan de strakke 3% budgetregel, compleet met een spoorboekje om het "structureel tekort" "snel genoeg" terug te dringen, vernietigt Europese groeikracht die er nog altijd wel is. Het zou mogelijk moeten zijn om hier voor elke lidstaat een wat meer op maat gemaakt hervormingsplan te volgen. Want niet alle omstandigheden zijn overal binnen Europa gelijk. Dat kunnen ze ook nooit worden. En een confectiepak van maar één maat past gewoon niet iedereen. Dat zou iedereen toch wel intuïtief duidelijk kunnen zijn.

Misschien de belangrijkste valkuil is het gebruik van oude theorie en van historische gegevens. De maatschappij verandert. We leven in een transitieperiode. Dan zullen er verschuivingen optreden in preferenties, bestedingspatronen, manieren van reageren op (financiële) prikkels. We kunnen, zeker dan, geen 5 of meer jaren vooruit kijken, zoals we nog altijd doen met onze projecties over de economie, het overheidsbudget, pensioen, zorg, etc.
Want één ding is zeker. We leven straks anders dan tien jaar of langer geleden. Het is dan toch te begrijpen dat onze economische en financiële rekenmodellen en de daarop gebaseerde prognoses er waarschijnlijk ver naast zullen zitten ?

Duidelijk is, dat veel mensen schulden aan het aflossen zijn. Daarvoor hun spaargeld of inkomen aanspreken. Daarom lukt het maar niet om de consumptie aan te jagen. En de investeringen (die mede daarvan afhangen) te stimuleren, of de banken te bewegen meer krediet te gaan verlenen.
Het is in elk geval een banktechnische absurditeit dat de ECB banken goedkoop geld geeft èn ze wil verplichten die lage rente aan hun klanten door te geven. Banken zouden met die marktbenadering verlies gaan draaien. Want ze kunnen dan geen risicopremie vragen. Dat gebeurde tot nu toe meestal in de vorm van een renteopslag, een hogere prijs. Juist nu bestaat er meer kredietrisico dan anders. Dat geldt dubbel voor starters. Want meestal komt maar zo'n 10% van de nieuwe producten of beginnende ondernemers van de grond.

Van belang is daarom, vooral in deze tijd, dat we onze inzichten en verwachtingen toetsen. Durven experimenteren, kijken wat de gewenste resultaten geeft en wat niet. Juist nu niet meer werken vanuit dogma's en andere onbewezen stellingen. Vooral de neoliberale dogma's falen opzichtig, al lange tijd. We zien dat toch eigenlijk wel, als we zonder vooroordelen durven kijken. Lage rente jaagt de economie niet aan, brengt de kredietverlening maar niet op gang. Ook lage lonen scheppen niet zomaar nieuwe werkgelegenheid. Waarom veranderen we dan nog steeds niet van koers ?

Verlaging van belastingen (VB, IB, BTW) is waarschijnlijk het beste middel om de consumptie aan te jagen en de investeringen te bevorderen. Dan is nodig, dat we de starre 3% norm wat soepeler toepassen. Het alternatief, de overheid nu eens echt laten bezuinigen, zou de crisis juist verdiepen. In de overheidsuitgaven mag niet worden gesneden, integendeel. Er moeten binnen het (misschien zelfs nog wat verhoogd) budget andere prioriteiten worden gesteld. Met de focus nu op flinke investeringen in economisch herstel en banengroei. Juist bij de overheid, in sectoren als defensie, onderwijs, en zorg. Het vraagt verbeeldingskracht en durf om dat te doen. Kwaliteiten die van onze topbestuurders toch juist verwacht mogen worden. We gaan het zien.

Het zijn interessante tijden voor een econoom. Maar aan de kant blijven staan en toekijken hoe veel mensen het onnodig (financieel) zwaar hebben is nog altijd heel moeilijk voor me. Het gaat me ook boven de pet hoe anderen dat wel lijken te kunnen. Met argumenten als "je kunt het toch niet veranderen" of andere dooddoeners.
EU-bestuurders: laat ons zien dat het wel anders kan en doe dat dan ook alsjeblieft. Ga er voor, voluit. Laat dit pleidooi niet vergeefs zijn, om hemelswil. Voor onze eigen toekomst. Waarom genoegen nemen met minder dan kan ?




*) Meer informatie over deze mythologische figuur op http://en.wikipedia.org/wiki/Procrustes of http://nl.wikipedia.org/wiki/Procrustes

zondag 19 oktober 2014

Communicatie

Over communicatietechnieken is al een bibliotheek vol geschreven. Wat goede communicatie is, kan in een enkele alinea (net niet zo kort als in een Twitter-bericht) worden gezegd.
Goede communicatie is een open uitwisseling van gedachten en emotie (motieven), waarin beide partijen zichzelf tenminste een beetje laten zien zoals ze zijn. Zich allebei op dat punt kwetsbaar durven opstellen. Met elkaar in gesprek gaan als gelijken. Niet de één als bovenliggende partij, wat de ander slachtoffer maakt. Naast elkaar, met het volle respect voor de mening en integriteit van de ander. Zo mogelijk met uitgestoken hand van beide partijen om een echte opening te geven. Of beter, waar dat kan en mag, heel even (desnoods alleen figuurlijk) met de armen om elkaar heen. Liefdevol, als mens tot mens. Zoals toen nog minister Frans Timmermans deed bij een familielid van een slachtoffer van de MH17. Dat was zichtbaar recht uit het hart.

Wat goede communicatie niet is, kan ook vrij kort worden gezegd.
Geen gekleurde berichtgeving, zeker geen poging tot manipulatie. Geen mooi opgeklopt mediaverhaal waarmee de zender (degene die het bericht betaalt, voorgekookt laat plaatsen, of gewoon op eigen initiatief verstuurt) iemand of een bepaalde groep (doelgroep) tracht te bereiken. Vaak om die persoon of groep te beïnvloeden, zo niet erger (vind ik) te manipuleren. TV en kranten hebben daar nu een handje van, net als de nieuwe media. Dat was toen kranten voor het eerst verschenen nog anders. In het begin ging het erom het publiek te informeren met nieuws. Een goede krant bracht gecontroleerde feiten en interessante wetenswaardigheden. Geen sensatieverhalen of gekleurde berichten.

Zoals ik het zie, maar misschien heb ik het fout, zijn we teveel bezig (het klinkt tegenstrijdig) juist niet met elkaar te communiceren. We praten vaak langs elkaar heen, zijn of houden ons doof en blind. We hebben ons dan "veilig" in eigen standpunten ingegraven en gaan niet open en als gelijken met elkaar in gesprek. Want het zou wel eens kunnen zijn dat dat niet in ons voordeel is. Of we zijn misschien veel te bang om (opnieuw) gekwetst te worden. Maar wat ooit zo plaatsvond, hoeft niet opnieuw (zo) te gebeuren.
Je kwetsbaar opstellen, onbevangen durven praten, is de enige manier om in gesprek te komen. Angst leidt tot (meer) verkramping en pijn, schaarste en tunnelvisie. Zoals Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir in hun boek (eerder al even door mij genoemd) "Schaarste - Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen" (2013) helder laten zien.
Angst lost op in liefde, als je kunt geven zonder daarvoor iets terug te vragen. Zoals in het gebed van St. Franciscus, dat ook wel gebruikt wordt om op te mediteren.

"Heer, maak mij tot een instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat heerst,
laat mij vergeven wie mij beledigde,
laat mij verzoenen wie in onmin leven,
laat mij geloof brengen aan wie twijfelt,
laat mij waarheid brengen aan wie dwaalt,
laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt,
laat mij licht brengen aan wie in duisternis is,
laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn".

Elke nieuwe dag geeft iedereen (ook mij) een kans om zo te (gaan) leven. Rijk en vervuld.
Communicatie begint met een sprankje geloof en vertrouwen. Dat is genoeg.

vrijdag 17 oktober 2014

Muziek

In dit leven is nog zó veel te genieten. Maar je moet soms hard je best doen om de mooie dingen te blijven zien. Je niet laten opslokken door somberte, verdriet, moedeloosheid. De kranten en andere media overvoeren ons met allerlei onheilsberichten. Goed nieuws raakt daardoor ondergesneeuwd en uit het oog verloren. Uit het oog uit het hart ?

Mij helpt het nu erg veel om naar mooie en vrolijke muziek te luisteren. Naast toch wat zwart van andere stukken als het "Stabat Mater" van Pergolesi en het "Requiem" van Mozart. Liefst wel in opbouw van donker naar licht. Zoals het Kyrië gevolgd wordt door het Gloria in een mis. Rouw, dood en verdriet, zijn geen einde. Dat werd ons beloofd aan het begin van de schepping.
In de hitlijst klassieke muziek van Radio 4 (de "Hart en ziel" lijst) vorige week kwam niet zo veel lichtvoetige muziek voor. Zoals ik toen een deel van de top 50 hoorde tenminste. Vrij zware stukken, nogal somber en streng. Calvinistisch voor mijn gevoel, typeert ons dat nog altijd ? Oordeelt u zelf. Dit waren de stukken die de meeste stemmen kregen. Met de Matthäus Passion, drie Requiems, het Stabat Mater en een Miserere bij de mooiste 12.
[Klik op de afbeelding voor een uitvergroting]

Eigen verdriet of dat van anderen doorleven lucht op, ontspant. Net als het maken van een grap, mee lachen, en van harte een feestje vieren - ook al is er zo veel mis in de wereld. Alle echte emoties zijn gepast en mogen (nee, moeten zelfs, om gezond te blijven) worden geuit. Als het anderen zou storen dan maar in eigen omgeving, of helemaal privé. Dat maakt je (opnieuw als je het al lang of nog maar even kwijt was) het sociale wezen dat je als baby en kind al was, mens met mensen. Dat haalt het beste in iedereen boven. Dan komt ieder in zijn of haar kracht, tot volle ontplooiing. Creatief, spontaan, optimistisch.
Daarom hier eens wat andere muziek. Ritmes en klanken die deze dagen juist mijn favorieten zijn.


Het visuele gedeelte van deze selectie op YouTube is bij de eerste vier stukken minder geslaagd. De beelden zijn daar vrij statisch en naar mijn smaak wat te erg versierd (wel typisch barok).
Naast het speelse, vrolijke van Vivaldi en de veel statiger dansen van Lully is de Missa Omnium Sanctorum van Zelenka een pareltje. Bij Zelenka en Bach versterken tekst en melodie elkaar. De uitvoerenden doen daar nog een schepje bovenop. De inzet en het enthousiasme spetteren er dan bij de laatste drie stukken vanaf. Schitterend.

woensdag 15 oktober 2014

Liberalisme

Liberalisme is geen wonderdrank, geen sleutel die op alle sloten past. Evenmin als de andere politieke stromingen of de economische variant, het neoliberalisme. Het gaat er in het leven eigenlijk altijd om de juiste aanpak bij een bepaalde situatie te vinden. Alleen met gevoel voor nuances, een open houding, en genoeg oefening, kom je verder en kun je een goed resultaat bereiken. We denken toch ook niet dat ook maar welk recept altijd en voor iedereen een smakelijke maaltijd oplevert ? Veel hangt af van de sfeer, de ingrediënten, de kookkunst van de kok of kokkin, en van de smaak van de mensen die de maaltijd voorgezet krijgen.

Met het liberalisme als politieke stroming is, op zich, weinig mis. Niet voor niets heeft iets meer dan 1/3 van onze bevolking in september 2012 gestemd voor VVD en D'66 (de PVV valt, met haar extreme standpunten, moeilijk nog als liberale partij mee te rekenen). Punt is wel dat nu een minderheid de meerderheid de eigen normen en waarden wil opleggen. Zeker op economisch gebied is, vinden veel economen tenminste, de balans te ver doorgeslagen met het bijna verabsoluteerd vrije marktdenken. Een liberaal (en/of vroegkapitalistisch ?) trekje is nog de fixatie op de 3% norm. Zo komen we haast niet (en in elk geval onnodig langzaam) uit de crisis.

In Europa (en in ons land) worden de politici, economen, journalisten en andere opinievormers het nog altijd niet eens over de beste aanpak om onze economie nieuw leven in te blazen. De strijdende partijen, nog weer verdeeld in subgroepen, hebben zich ingegraven. Blijven op hun standpunt staan, houden vast aan het eigen gelijk. We luisteren niet echt naar elkaar. Wat gaat er in vredesnaam mis in onze communicatie, zelfs als we bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan ?
In bijna elke welles-nietes discussie naderen we elkaar niet, omdat ieder de wereld met eigen ogen ziet. De situatie inkleurt en beoordeelt vanuit eigen achtergrond, kennis en ervaring. Als we dat niet beseffen blijven we langs elkaar heen praten. Met die waarschuwing (ook voor mezelf) in het achterhoofd onderzoeken we hier nader of het liberalisme ons zou kunnen helpen om uit de crisis te komen.

Om niet in pure theorie te blijven hangen is het van belang eerst helder te krijgen hoe het politiek-economische krachtenveld er in de echte wereld uitziet. Is het liberale model realistisch genoeg ? Bestaat er nog wel ergens zoiets als een vrije markt ? Kunnen we rekenen op aanvaardbare uitkomsten voor (bijna) iedereen als we op de goede werking van het prijsmechanisme vertrouwen ?
Eigenlijk zou meteen duidelijk moeten zijn dat op elk van deze drie vragen het antwoord "nee" is. Maar de meeste mensen (zelfs economen) kruisen daar juist een "ja" aan. Laten we daarom maar eens wat inzoomen en dan met de laatste vraag beginnen.

De markt werkt bij volledig vrije mededinging en onder bijzondere voorwaarden naar een evenwicht tussen vraag en aanbod toe. In het volgende plaatje naar een afzet van ongeveer 75 eenheden produkt bij een prijs van € 200.
[Klik op de afbeelding voor een uitvergroting]

Dit resultaat hoeft niet voor iedereen zo gunstig te zijn. Er kunnen potentiële afnemers zijn die deze prijs niet willen of kunnen betalen (een vraagtekort). Mogelijk is ook, dat aanbieders bij deze vraag met producten blijven zitten (een productieoverschot). In theorie zal de prijs dan zoveel zakken, of het aanbod zover bijgesteld, dat wel alles tegen de nieuwe prijs uit de markt wordt genomen. In theorie, want er moet aan een aantal belangrijke voorwaarden worden voldaan. In de praktijk bestaat er geen volledig vrije mededinging, want:

1. Er zouden zoveel aanbieders en vragers moeten zijn dat niemand in staat is de markt te manipuleren. In de praktijk is dat zelden het geval. Er zijn meestal maar enkele aanbieders (oligopolie) tegenover heel veel vragers (polypsonie). De macht ligt dan overwegend aan aanbodkant. De koper zal daardoor minder krijgen en/of meer betalen dan nodig is.
2. Producten van dezelfde soort (b.v. koffiebonen) zouden verwisselbaar moeten zijn. In de praktijk wil elke aanbieder het eigen product zo aantrekkelijk mogelijk maken. Door hogere (!) of lagere prijs, betere distributie, reclame, verpakking, vormgeving, en andere kwaliteiten van het product. Pepsi Cola is geen Coca Cola, het aanbod van de Rabobank net wat anders dan dat van ABN Amro.
3. Alle kopers zouden even goed op de hoogte moeten zijn van wat er tegen welke prijs te koop is. Omgekeerd moet elke verkoper weten wat tegen welke prijs verkocht kan worden. In de praktijk zijn er vaak belangrijke verschillen in informatie (kennis) tussen kopers en heeft elke aanbieder een kennisvoorsprong. Door deze asymmetrie zal de koper meestal meer kopen en/of betalen dan bij perfecte informatie.
4. Er zouden geen andere kosten mogen zijn voor een koper of verkoper. In de praktijk zijn er altijd bijkomende kosten, in geld, tijd, of moeite. Het marktmechanisme wordt daardoor verder verstoord.

Er bestaat dus eigenlijk nergens een vrije markt. Er is geen vrij spel van krachten. Integendeel, dat laat het volgende plaatje wel zien.
[Klik op de afbeelding voor een uitvergroting]

Het zwaartepunt van de marktmacht ligt in onze maatschappij (ook volgens Ha-Joon Chang) waarschijnlijk bij de top van de wereldconcerns, de grootaandeelhouders, en voormalige executives. Verder bij hun lobbyisten en de media. Marktmacht is er -naar het zich laat aanzien- nu (veel) minder dan vroeger bij de vakbonden, politieke partijen, en de pers. De tegenkracht ("countervailing power" van J.K. Galbraith) van het publiek in de verschillende rollen is vermoedelijk het sterkst afgenomen. Ook hierdoor zal de kloof tussen arm en rijk de afgelopen decennia breder geworden zijn.

Tussenconclusie wordt dan, dat een volkomen vrije markt niet zo'n lonkend ideaal is. Lokaal in al afgezwakte vorm heeft bestaan op middeleeuwse markten waar fysiek gehandeld werd tussen veel kleine aanbieders en veel kleine kopers. Nu in onze maatschappij bijna compleet weggeveegd door schaalvergroting en globalisering aan aanbodzijde. De tendens naar groter, met vestigingen wereldwijd, lijkt nu wel wat uit de tijd te raken.
Om meer economische stabiliteit te krijgen is het zeker raadzaam om de trend definitief om te buigen. Te streven naar lokale kleinere produktieeenheden en naar bijvoorbeeld klantencoöperaties in plaats van NV's en BV's. Met het motief om de belangen van kapitaalverschaffers, ondernemers, werknemers, en klanten, beter met elkaar in evenwicht te krijgen.

Dan de eindconclusie. Het liberalisme is ver afgedreven van de oorspronkelijke bedoelingen. Schrijnend is, dat de rechten van vreemdelingen, neergelegd in de Grondwet van Thorbecke in 1848, nu bijna geheel doorgehaald zijn. In de Grondwet (1848) stond:

Artikel 3

Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen en de algemeene voorwaarden, op welke ten aanzien van hunne uitlevering verdragen met vreemde Mogendheden kunnen worden gesloten.

Nogmaals, corrigeer me maar als en waar ik het fout zie.